Het kan altijd korter

Het kan altijd korter

In een boek heb je alle ruimte om uit te weiden. Honderd, tweehonderd, driehonderd pagina's, niemand verbiedt je als auteur om lekker leeg te lopen. Maar doe je lezers een plezier en houd je een beetje in, ze hebben vandaag nog meer te doen.

Hoeveel ruimte biedt de harde schijf van je computer? Een terabyte? Dan heb je mazzel, dan heb je voldoende ruimte voor het schrijven van een boek van bijna 86 miljoen pagina's in Word. Of je lezers ook blij zijn met zo'n dik boek is maar de vraag. Persoonlijk vind ik dat veel auteurs van non-fictieboeken te veel uitweiden. Ze leiden je niet alleen rond langs de mooiste bezienswaardigheden van hun stad, maar ze nemen je ook mee naar het restaurant waar ze hun partner hebben ontmoet, naar hun favoriete voetbalstadion en naar de supermarkt waar ze elke dag hun eten halen. Dat kan korter, zou Maxim Hartman zeggen.

Ik snap het wel. In je enthousiasme over het onderwerp ga je steeds dieper in op de materie. Interessante cases, weetjes, ervaringen: er is altijd ergens plek te vinden in je manuscript voor nog een anekdote. Hoe weet je nou wanneer je te ver gaat, wanneer je je lezer irriteert in plaats van vermaakt? Het antwoord op deze vraag is eenvoudiger dan je denkt. Maak gebruik van Boltes Bullshit Meters. Het zijn er drie, en als de meters alle drie in het rood staan, weet je dat je lezer gaat afhaken en dat het tijd is om het mes te zetten in je tekst.

 

Houd je aan je plan

Voor je ging schrijven, heb je een structuur opgesteld. Elk onderwerp dat je wilde beschrijven, kreeg een passende plek. Elke uitweiding was keurig gerubriceerd in hoofdstukken, paragrafen en subparagrafen. Het gaat mis als je tijdens het schrijven onderwerpen bedenkt die eigenlijk niet in de structuur (lees: in het boek) thuishoren. Ga je toeristen rondleiden langs de historische gebouwen van Florence? Neem ze dan niet mee naar je supermarkt.

Val niet in herhaling

Eigenlijk ben ik een groot fan van herhaling. Ik geloof dat het effectief is om je boodschap op verschillende manieren te verpakken zodat deze goed blijft hangen. Zo raad ik aan om in een hoofdstuk te schrijven wat je gaat schrijven, het vervolgens op te schrijven en om ten slotte te schrijven wat je hebt beschreven. Maar wat is het nut van het beschrijven van twee cases, terwijl je je punt al hebt gemaakt in de eerste case. En is het echt nodig om het model van een bekende theorie af te beelden, terwijl de lezer die alleen begrijpt als hij een uur de tijd neemt om 'm met een vergrootglas te bestuderen? Als de lezer al versuft in de touwen hangt, is het niet nodig om 'm met een rechtse hoek knock-out te slaan. De toeristen die je rondleidt zijn geïnteresseerd in historische gebouwen, maar na drie kerken is het tijd voor een standbeeld.

Je schrijfstijl bepaalt de omvang van je boek

Sommige mensen hebben de lach aan hun kont hangen. Als cabaretiers als Youp van het Hek, Bert Visscher of Jochem Meijer op het podium verschijnen, begint het publiek al te glimlachen. Na anderhalf uur staat het op de stoelen. Maar zouden ze het ook nog leuk vinden na een marathonvoorstelling van acht uur? Ik denk het niet. Er is een grens aan het incasseringsvermogen van theaterpubliek, en aan de lezers van jouw boek. Als je een heel fijn pennetje hebt, kun je de lezer vast 320 pagina's vermaken, maar als je geen natuurtalent bent, is 176 pagina's misschien wel het maximum. En hoe weet je wanneer je te lang van stof bent? Een goede lakmoesproef is om je manuscript voor te lezen. Om te beginnen voor jezelf, achter je beeldscherm. En later aan andere mensen. Zie je de aandacht verslappen, dan weet je dat je je grens hebt bereikt.

Altijd op de hoogte? Schrijf je in voor een van onze nieuwsbrieven Kies nieuwsbrief