Ik rotzooi maar een beetje aan

Ik rotzooi maar een beetje aan

Veel schrijvers beginnen hun carrière zorgeloos met een boek. Daar komen ongelukken van. Begin eens met een brief.  

Ik had ooit een docent die een cursus 'Lange verhalen schrijven' gaf. Hij begon de eerste les aan zijn studenten journalistiek met de waarschuwing dat het toch nooit wat zou worden met ons, daarvoor hadden we niet genoeg talent en veel te weinig geduld. Maar goed, hij werd ervoor betaald, dus als wij zo beleefd wilden zijn om onze mond te houden, wilde hij best het een en ander vertellen.

Ernest Hemingway, Joseph Mitchell, George Orwell, Truman Capote: het werk van tientallen klassieke schrijvers-journalisten kwam voorbij. Waarna wij uiteindelijk enthousiast een ontzettend lang verhaal in elkaar flansten, in de overtuiging dat we nu heel vlug ontdekt zouden worden. In mijn herinnering kreeg ik een zesje voor de moeite.

Als uitgever zou ik het niet durven, beginnende auteurs vertellen dat het toch nooit wat gaat worden, maar ik denk het wel eens. Waarom niet eerst een paar jaar oefenen met artikelen,  blogs, columns of whitepapers, in plaats van ongeremd beginnen aan je magnum opus terwijl er nog geen letter van je toetsenbord is afgesleten?

‘Ik rotzooi maar een beetje aan’

Deze uitspraak is van Karel Appel, opgetekend door journalist Jan Vrijman in Vrij Nederland in 1955. Ik moet er altijd aan denken als iemand enthousiast vertelt dat hij een boek gaat schrijven over leiderschap, maar nog nooit leiding heeft gegeven of een boek heeft geschreven.

De uitspraak van Appel nam een vlucht toen zijn werk populairder werd. En toen Vrijman later in een documentaire liet zien hoe Appel met verf smeet, was iedereen ervan overtuigd dat die Appel inderdaad maar wat aanrotzooide. Zoals Appel zelf later bij herhaling benadrukte, werkte hij bewust spontaan, maar bij die spontaniteit kun je veel vraagtekens plaatsen. Zo studeerde Appel braaf schilderkunst aan de Rijksakademie in Amsterdam en was hij goed bekend met het werk van andere kunstenaars. Er zijn zelfs voorstudies bekend van zijn ‘spontane’ werk. Zijn spontaniteit was een bewuste keuze, het resultaat van jarenlang schilderen en nadenken over zijn werk. 

Je eerste emmer verf

Omdat we allemaal vanaf onze kinderjaren schrijven, denken we als volwassenen natuurlijk dat het maar een kleine stap is van een boodschappenlijstje naar een boek. En voor de manager die eenmaal een paar rapporten heeft geschreven is een boek een peuleschil. Ik snap het wel, maar volgens mij doe je jezelf tekort. Niet alleen omdat meer ervaring een beter boek oplevert, maar ook omdat je er meer plezier aan beleeft als je beter wordt.

Schrijf bijvoorbeeld eens een ingezonden brief naar de Volkskrant, NRC Handelsblad of Trouw over een misstand waaraan je je ergert. Zoeken naar de juiste woorden om de essentie van de misstand én je emotie te beschrijven is dan een oefening die je meer hoofdbrekens kan kosten dan het schrijven van een heel hoofdstuk. Plotseling is het nacht en staan er slechts vijf gammele zinnen op je beeldscherm. Maar als het uiteindelijk lukt en je zeker weet dat de hele natie jouw brief straks ademloos zal lezen en instemmend zal knikken, dan geeft dat dezelfde kick die Karel Appel had toen hij voor de eerste keer voorzichtig een klodder verf tegen het canvas wierp.

Geerhard Bolte is uitgever van Uitgeverij Haystack en Uitgeverij Dialoog en auteur van Zo schrijf je een goed managementboek. Heb je een vraag of een voorstel voor een boek? Stuur hem een mail of maak contact via LinkedIn.  

Wil je onze nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je hier in!

Altijd op de hoogte? Schrijf je in voor een van onze nieuwsbrieven Kies nieuwsbrief